.

Het blijft verbazen dat een stuk gepeupel, of gespuis, of geboefte, of schorem, of crapuul als u wil, kortom een stuk tuig als de journalist Douglas De Coninck, zomaar wegkomt met een opmerking als de onderstaande, die hij op Facebook maakte toen Luckas Vander Taelen zijn intussen beruchte stuk in De Standaard had geschreven:

Douglas De Coninck

Luckas is gewoon een akelige racist en geen verdere aandacht waard

October 13, 1:18am

Ik heb geduldig gewacht, maar stilaan begin ik me af te vragen: .heb ik iets gemist, en heeft er toch iemand, ergens, aan die snotneus een paar oorvijgen verkocht?

.
.

Le hasard fait bien les choses. zeggen de Fransen, en ik ben niet geneigd om hen tegen te spreken.
Wat wil het geval? Eergisteren vertelt een oude vriend mij dat hij een interessante ontdekking heeft gedaan in Parijs, enkele weken geleden. Petrus Prunus heet die vriend, en hij zit vaak in Frankrijk –zo vaak zelfs dat ik hem soms Pierre noem– en bij een bouquiniste aan de Seine had hij een oud document zien liggen, zwaar gehavend en in het Latijn geschreven. Gewoon een blad papier dacht hij eerst, maar zoals later zou blijken was het velijn.

Zulke dingen zie je meer. Misschien komt dat blad uit een oud missaal of zo, maar om de een of andere reden had het toch zijn aandacht getrokken. Hij probeerde het te lezen, en begreep min of meer waar de tekst over ging, maar een goed deel van de letters was half uitgewist of ontbrak. Er waren veel scheuren en gaten. Enfin, het stuk toch maar gekocht, want veel vroegen ze er niet voor.

En nu bleek die tekst, na voorlegging aan een college van filologen, een fragment te zijn uit een veel groter, jammerlijk verloren gegaan werk –misschien van de hand van zekere Carolus Vossius emendeerden de geleerden– waarin vermanend werd gewezen op de kwalijke rol die de Media in het Rome van het late Keizerrijk al moeten gespeeld hebben.
Het ontdekte fragment zelf is een bevlogen, bijna pathetische oproep tot matiging in de bewoordingen. Een luide schreeuw om stilte wordt erin uitgestoten. Zachtmoedigheid, medemenselijkheid en redelijkheid, kortom begrip en respect was nodig in turbulente en onzekere tijden.

Waarom val ik u met deze anekdote lastig, lezer?
Wel, omdat die dingen blijkbaar van alle tijden zijn! en de Media ook in onze dagen hun kwalijke en luidruchtige rol verder spelen.

Nemen we één voorbeeld. Vandaag had Patrik Vankrunkelsven (de afscheidnemende VLD-senator) in De Standaard een gesprekje met hun reporter Frans De Smet, die aan het slot een zogezegd guitige opmerking plaatst:

‘Knack’-columnist Koen Meulenaere verliest een geliefkoosd doelwit. Hij beschreef u graag als ‘kabouter drift’.
‘Kijk, ook dat speelde mee om te stoppen. Want Meulenaere ging er altijd vér over. Ik kan niet ontkennen dat ik en mijn omgeving daardoor werden geraakt. Te vaak wordt door de media vergeten dat politici ook mensen zijn, die met enig respect moeten worden behandeld.’

Het is nogal evident dat Meulenaere –met zijn insinuaties altijd– hier vooruitloopt op twee onderzoeken die nog volop gaande zijn in Leuven!

Deugddoend is het dan, om te zien dat er ook vandaag wel gematigder stemmen opgaan. Deze van Carl Devos bijvoorbeeld, die als een roepende in de woestijn journalisten, en zeker bloggers tot rede probeert te brengen. Met graagte herhaal ik hier Devos zijn woorden, bis repetita placet, ook al komen zij, met wat ik nu weet, in het licht van wat vriend Prunus in Parijs pas ontdekte, helaas in een wat verdacht perspectief te staan.
Zoals het er namelijk uitziet heeft Devos (en vraag me niet hoe hij dat voor elkaar heeft gekregen) vroegtijdig de hand kunnen leggen op het genoemde fragment van Carolus Vossius en heeft hij diens woorden meteen schaamteloos tot de zijne gemaakt (een praktijk die meer en meer ingang vindt aan universiteiten lees je).
Ik laat het oordeel aan u lezer, maar mijn vermoeden is dat hier onoorbare zaken zijn gebeurd:

EST PERICULUM NE MEDIARUM RERUM CENSURA IN ACERBAS INCURSIONES AD HOMINEM PRÆCIPITETUR.
ID ETIAM EIS ACCIDIT QUI MENTIS APERTI, PACEM AMANTES, ANIMÆ INCORRUPTÆ, ERUDITI AUT PROGREDIENTIS HUMANITATIS STUDIOSI DICI MALUNT.
ILLIS QUOQUE SENTENTIÆ AD REM PERTINENTES SÆPE, QUASI PELLE DETRACTA, IN SORDIDAS VINDICATIONES AURA QUASI DOCTA PERFUSAS MUTANT.
OLEO EX SULFURE IMBUENDA SIT CENSURA ET IN REPREHENSIONEM AD HOMINEM MUTANDA.
SINT CAPITA GLADIO TRADENDA.
EO SPECTACULO CARENTE PARUM VENTI ARGUMENTA NANCISCUNTUR.
SINT CYNICÆ SATURÆ CONTUMELIÆQUE!
LÆSIONES VIDEAMUS!
INIMICITIÆ PATENTIS CAUSA DISSENSIONES DELABUNTUR IN VINDICATIONES.
ALIQUANDO SUPER AQUAM, SÆPIUS SUB AQUA.
VEHEMENTER SE MUTUI TELORUM NUBE INFESTANT.
CENSURA RERUM MEDIARUM COMMUNITER IN SCÆNA RERUM MEDIARUM OBVENIT.
RARO OBVENIT PER LIBRUM TAMQUAM HUNC.
SCRIPTORES SE SÆPIUS MUTUI IN LIBELLO AGGREDIUNTUR μίκρῳ ῥηματι θανατηφορῳ BENE DIRECTO.
[…]
RARO FIT UT ALTER TANTUMMODO IN PROFESSIONIBUS QUÆ AD REM PERTINENT ERRET.
IN MALEDICTA DISPUTATIONIS SUBSTANTIA EVANESCIT.

Herlezen wij nu de tekst die Carl Devos afleverde:

Mediakritiek dreigt snel te vervallen in zurige, persoonlijke aanvallen. Ook bij diegenen die zich als open, tolerant, objectief, erudiet of progressief laten omschrijven. Ook bij hen vervellen inhoudelijke beoordelingen vaak tot platte afrekeningen, overgoten met een intellectualistisch sausje.
Kritiek moet in vitriool gedrenkt en gepersonaliseerd worden. Er moeten koppen zijn om op te schieten,zonder dat spektakel vangen de argumenten anders te weinig wind. Er moet cynisme en sarcasme zijn. Kwetsuren.
Meningsverschillen verloederen tot afrekeningen, omwille van openstaande vetes. Soms boven, vaker onder de waterlijn. Er wordt duchtig op elkaar geschoten.
Mediakritiek verloopt doorgaans via de media. Zelden via een boek als dit. Vaker valt de ene editorialist in zijn stukje de andere aan, met een welgemikte petit phrase qui tue. […]
Zelden gaat het erom dat de ander zich alleen maar inhoudelijk vergist. De inhoudelijke discussie verdwijnt onder de schimpscheuten.

In gemoede, lezer, kan zoiets toeval zijn?
.

.

Lezer! ik zal in dit blog zo voorzichtig mogelijk blijven bij mijn bewoordingen, schroomvallig welhaast. Elk sarcasme, cynisme of zelfs intellectualisme zal ik uit de weg gaan, laat staan dat ik mij tot platte persoonlijke afrekeningen zou laten verleiden.

Dat komt omdat ik het voorwoord heb gelezen dat professor doctor scientiæ politicologicæ Carl Devos* schreef bij het pas verschenen boek “Media & Journalistiek in Vlaanderen, kritisch doorgelicht”.**

Ik ben het met de professor namelijk eens, en in het verleden heb ik wellicht zelf tegen de regels gezondigd die Carl Devos hieronder zo eenvoudig en klaar op een rijtje zet.
Op haar tijd kan een kleine codificatie een groot gerief zijn! .Zelfs buiten de journalistiek kan zij tot nut strekken, ik denk hier aan de uitgeschreven regels voor email-verkeer, die we nu bij de SP-a mogen verwachten, of, als we even in de tijd teruggaan, aan de Fatsoensregels voor Senatoren, die in het vooruitzicht werden gesteld toen hun voorzitter Lizin het principe van de Scheiding der Machten onvoldoende onder de knie bleek te hebben.

Journalisten in het algemeen, en bloggers in het bijzonder kunnen er enkel bij winnen als zij de woorden van Devos tot de hunne maken:


Mediakritiek dreigt snel te vervallen in zurige, persoonlijke aanvallen. Ook bij diegenen die zich als open, tolerant, objectief, erudiet of progressief laten omschrijven. Ook bij hen vervellen inhoudelijke beoordelingen vaak tot platte afrekeningen, overgoten met een intellectualistisch sausje. Kritiek moet in vitriool gedrenkt en gepersonaliseerd worden. Er moeten koppen zijn om op te schieten,zonder dat spektakel vangen de argumenten anders te weinig wind. Er moet cynisme en sarcasme zijn. Kwetsuren. Meningsverschillen verloederen tot afrekeningen, omwille van openstaande vetes. Soms boven, vaker onder de waterlijn. Er wordt duchtig op elkaar geschoten.
Mediakritiek verloopt doorgaans via de media. Zelden via een boek als dit. Vaker valt de ene editorialist in zijn stukje de andere aan, met een welgemikte petit phrase qui tue. […] Zelden gaat het erom dat de ander zich alleen maar inhoudelijk vergist. De inhoudelijke discussie verdwijnt onder de schimpscheuten.

Laat mij een voorbeeld geven van hoe ik deze tekst vroeger had aangepakt. .Ik zou het, vrees ik, niet hebben kunnen nalaten om de professor te wijzen op het zinsdeel …zonder dat spektakel vangen de argumenten anders te weinig wind, en hem hebben gezegd dat zijn woord “anders” lichtjes dubbel-op is met “zonder”, en dat hij dat woord dus beter had geschrapt, toch in een tekst die voor een echt boek bedoeld was. Of ik had Devos een alternatieve zin aangeboden, met behoud van zijn anders, maar dan zonder zonder.
Verder had ik misschien nog gezegd dat hij het zinnetje “Soms boven, vaker onder de waterlijn” beter als slot van zijn paragraaf had kunnen bewaren, want vetes zijn nooit boven of onder de waterlijn, maar schoten wel, en onzekerheid moet de lezer bespaard worden, ook al duurt zij maar een kort moment.
Waarschijnlijk had ik de professor ook gezegd dat men bij citaten uit vreemde talen altijd dubbel moet uitkijken een beestigheid is rap gebeurd en dat phrase in het Frans feminien is.

Maar u hebt begrepen lezer, dat ik de teneur van Devos zijn stuk goedkeur, en dan zijn zulke zaken niet op hun plaats.

Als bewijs van mijn goede voornemens, zal ik nu een stuk van Standaardjournalist Lieven Sioen bespreken, zonder enige stijlkritiek, ook niet op behaagzieke clichés als zijn “Nog iets..Ik zal deze journalist –die in een kwaliteitskrant wordt gevraagd om een duidingsartikel te schrijven, in een rubriek die stoutweg “Vlam” heet, over een onderwerp waar hij blijkbaar niet de eerste letter van afweet– ik zal hem er op wijzen dat hij zich alleen maar inhoudelijk vergist.


[...] Nog iets. Wat hoor ik vrijdagavond op ATV? Het neen-kamp heeft de imams in alle moskeeën tijdens het vrijdaggebed laten oproepen om tegen de brug te stemmen. Het was SP.A-gemeenteraadslid Karim Bachar die op ATV kwam vertellen dat er bovendien 50.000 folders met Arabische en Turkse tekst tegen het BAM-tracé werden verspreid in de moskeeën, vzw’s en verenigingen. 40.000 moslimstemmen, dat legt gewicht in de schaal.

Onvoorstelbaar! Dat uitgerekend de socialistische partij de klok honderd jaar terugdraait, naar de tijd toen de pastoors van op de preekstoel opriepen om tegen de goddeloze socialisten te stemmen, dat kan er bij mij niet in. Politici mogen uiteraard hun achterban mobiliseren. Dat hoort bij het politieke spel. Maar pastoors, imams en rabbijnen horen geen stemadvies te geven. Dat is nu net een van de essentiële aspecten van de scheiding tussen kerk en staat. [...]

Beste kwaliteitsjournalist Sioen: een pastoor mag op zijn kansel, en een imam mag op zijn matje gelijk wat verkondigen (we begrijpen elkaar: binnen bepaalde grenzen, bv. die van het Strafrecht), en dat is juist een toepassing van de Scheiding van Kerk en Staat.

Dixi.

___________________

* Het zou een impertinentie van mij zijn om deze man hier nog uitgebreider voor te stellen, aangezien hij genoegzaam bekend is van radio en tv, en ook van zijn showproducties in de Universiteit, waar hij geregeld bevriende politici een plekje gunt op de politicologisch-wetenschappelijke bühne.

** bezorgd door Johan Sanctorum en Frank Thevissen (Van Halewyck, 2009).
____________________________

P.S. (24 oktober)
Al kan ik er geen apart blog aan wijden, bang als ik ben om mijn lezers te vervelen, en hoe spijtig het ook is om pas afgelegde beloften te verbreken, maar vandaag heeft alweer een Standaardcolumnist (weliswaar een minderbegaafde, dus respect graag) een artikel gewijd aan de “Scheiding van Kerk en Staat”.
Paul Goossens heet de knaap, en hij weet niet het verschil tussen een privébezoek aan de Paus, zoals het echtpaar Coburg er een aflegde, en een Staatsbezoek.
Ik weet wel lezer, misschien had ik dit beter niet kunnen vermelden. Tenslotte schrijft deze jongen ook dingen als “fine fleure“, en wat kun je dan verwachten?
Maar als ik de Marketeer een suggestie zou mogen doen, dan deze: nodig op een rustige dag een jurist uit die aan de voltallige redactie enkele basisbegrippen bijbrengt van Kerk&Staat, Scheiding der Machten &c.
Geweldig veel kan dat niet kosten, en de return zou enorm zijn Peter, we vertrekken immers van NUL. En vergeet ook niet de gast-columnisten méé uit te nodigen, en vanzelfsprekend ook een drankje te voorzien dan.

.
Het plezierigste aan een krant is altijd, om erin te lezen wat je zelf al lang wist. Natuurlijk, er zullen ook mensen bestaan die met plezier hun eigen overtuigingen onderuit zien halen, maar dat aantal moet gering zijn.
Zo vermoed ik dat gisteren minstens twee Standaardlezers, namelijk Marc Reynebeau en Dave Sinardet, danig in hun nopjes zullen geweest zijn met de wetenschappelijke studie van de professoren Deschouwer, Hooghe, Walgrave e.a.
Deze geleerden hebben zopas staalhard –zij het politicologisch– bewezen dat de Burger bij de laatste verkiezingen helemaal niet aan de staatshervorming heeft gedacht! en dat, als die burger in het hokje er toch even aan gedacht zou hebben, zijn gedachten hoogstens zijdelings waren en pas op de vijfde-zesde plaats kwamen.
Argeloze leken zoals u en ik zullen misschien de partijprogramma’s bekeken hebben, en tot de bevinding zijn gekomen dat die burger eventueel wel een beetje nationalistisch had gestemd, maar de stem van de burger moet natuurlijk convenabel geïnterpreteerd worden. Cijfers op zich zeggen niets.
Min of meer spijtig is het, dat wij de vraagstellingen niet kennen die onze wetenschappers gebezigd hebben bij hun vorsingswerk. We mogen echter aannemen dat zij de grootst mogelijke objectiviteit hebben nagestreefd bij hun werk, waarvoor zij alles bijeen goed betaald werden.
En tenslotte –het mag eens meezitten ook– het toeval wil nu dat hun bevindingen meer dan gelegen komen voor onze Federale Regering die dezer dagen volop, of toch al bijna met de begroting bezig is. Zo zien we dat een regering er altijd belang bij heeft om degelijk wetenschappelijk onderzoek met gulle hand te steunen.
Een Reynebeau of een Sinardet mogen dan al direct na de verkiezingen net hetzelfde geschreven hebben, en nog een paar andere belgicistische herauten ook, maar anders dan bij de kiesuitslag zelf, hebben we nu echte en goed geduide cijfers!

.
.

Met vandaag het referendum in Ierland voor ogen, hadden ze bij deBuren gisteravond een panelgesprek over Europa, in het mooie Flageygebouw in Brussel. Tenminste, op de aankondigingen heette het Europa, maar het debat ging enkel over de EU.

Deelnemers waren Bart Staes van Groen!, Saïd El Khadraouï van de Sp.a, Derk-Jan Eppink van LDD, en Hendrik Vos als stem van de Wetenschap. Moderator was Rob Heirbaut, maar die speelde verder geen rol in het stuk, aangezien er in de persoon van Vos in het panel zelf al een soort redelijkheid was ingebouwd. Op Eppink na dus vier mensen die het au fond met elkaar eens waren.

Voorafgaand aan het debat werd er kort iets voorgelezen door twee beduusde, bedeesde, bedremmeld stamelende Vlaamse jongens, David Van Reybrouck en Peter Vermeersch. Zij lazen enkele stukjes voor uit de “Europese Grondwet”, zo begrepen we, maar ze vertelden ons vooraf wel dat we naar Poëzie zouden luisteren. Erg tactvol, want anders denken de toehoorders misschien dat ze onzin horen.

Na een kort inside-grapje tussen de moderator en de wetenschapper, over een boek dat zij samen geschreven hadden, en dat van hoge kwaliteit is begreep ik, begon het debat.
Bart Staes kreeg het woord en na hem, hop, meteen Eppink. Eppink wilde iets kwijt over regelgeving in verband met zelfstandigen, want dat was ’s ochtends nog het onderwerp geweest van een debat in het “Europees Parlement”, maar hij kon zijn zin niet afmaken omdat Staes zei dat het daar enkel over de oostblokvrachtwagenchauffeurs op de EU-wegen ging. Niet over zelfstandigen in het algemeen dus. Goed, een debat over Europa moet ergens beginnen.
El Khadraouï kwam nu aan het woord, en hij was interessanter. Volgens hem was een referendum geen goed instrument voor zo iets ingewikkelds als een Grondwet. De mensen stemmen dan over dingen die ze niet begrijpen. Wij mogen geredelijk er van uitgaan dat El Khadraouï zelf die tekst wél goed begrijpt, en ook dat de gewone kiezer bij de gewone stembusgang gewoon weet waar hij voor stemt. Zoniet wordt het hele stelsel van de vertegenwoordigende democratie op de helling gezet, en voor zulke consequentie leek Saïd mij nog niet klaar.
De opmerking van El Khadraouï maakte bij het panel geen reacties los. Niemand die bijvoorbeeld opmerkte dat Dehaene destijds vond dat zo’n EU-grondwet liefst zo onverstaanbaar mogelijk moest zijn. Misschien bedoelde Jean-Luc zelfs dat de onverstaanbaarheid ook voor iemand als El Khadraouï intact moest blijven?

Passons! het werd stilaan tijd voor een wetenschappelijk praatje. Prof.dr.Vos verklapte ons dat hij een boekje, nee zelfs een dik boek had gelezen over Europa, geschreven door een Hollander.
Daaruit was hem gebleken dat het onhaalbaar was om een soort Europees gevoel aan te kweken bij de onwillige massa.
Professor Vos, dat zullen de lezers begrepen hebben, bedoelde natuurlijk dat er bij de onwetenden helaas geen EU-gevoel wil ontbotten, maar in zijn wetenschappelijk jargon heet dat anders, omdat je ook als wetenschapper niet té veel onderscheiden moet maken als je nog ergens wilt raken.

Een Europees voetbalteam bv. zag Vos niet direct zitten, en ook vlaggen en hymnen leek hij met wetenschappelijke skepsis af te wijzen (ja, skepsis met een Europese kappa voor mij).
Moest Europa dan misschien, als tweede mogelijkheid om in de volksgunst te komen, maar brood en spelen geven? .Ik dacht eerst nog dat die mogelijkheid al in Vos zijn eerste punt vervat zat, maar blijkbaar behoort voetbal niet meer tot de spelen. Voetbal is oorlog.
Brood, naar onze eigen tijd vertaald, zo verklaarde vorser Vos, kon misschien de gedaante aannemen van …Europese subsidies voor allerhande projecten?
Alle Europeanen zouden dan, neem via Erasmusprogramma’s, een poosje in een ander stuk van het continent kunnen doorbrengen. Maar ook deze denkoefening, zo was Vos zijn vrees, zou niet werken

Op dat moment, met mijn excuses beste lezer, maakte zich een hevige vermoeidheid van mij meester. Ik verlangde plots naar de aangename Brusselse buitenlucht, en wat Spelen, afgezien van het voetbalspel, voor Vos verder nog konden inhouden heb ik niet meer mogen vernemen, want ik heb de zaal verlaten voor hij zijn periode kon afmaken.

Wat zonde dat dit debat niet rechtstreeks
op de Ierse televisie was!

.

.

Het vorige blog hier (“He dares not speak his name”) ging over de undercover Terzake-reportage waarin een Hobokense onthaalmoeder aan de schandpaal werd genageld vanwege een Hitlerportret in haar huiskamer.
Ik heb dat blog verwijderd, zeker en vast niet omdat ik vond dat ik ten gronde ongelijk had, maar wel omdat inderdaad het misschien beter aan de journalist zelf kon overgelaten worden om zijn meelijwekkende “dubbele” anonimiteit –eerst op tv, daarna nog eens in de krant– op te geven. Aan die anonimiteit was geen aardigheid meer want zijn naam was meteen na de uitzending al op het web te vinden, en de naam van de geïnterviewde vrouw was zelfs op het tv-scherm verschenen in het Nieuws …dágen voor het briefje naar de krant.
Bij valavond verstoppertje spelen blijft natuurlijk opwindend, of eens Günther Wallraffje spelen, of Tweede Wereldoorlogje. Deel van de spanning is, om dan zo laat mogelijk ontdekt te worden. Meteen ontdekt worden is teleurstellend, maar helemaal niet ontdekt worden ronduit vervelend.
In ons geval was de spanning er meteen uit want zoals gezegd, de dag na de gedurfde tv-reportage stond de naam van de jonge reporter al vrijelijk op het web (hier de vroegste melding mij bekend).
Wat volwassenen over zulke spelletjes meestal denken, hebben de advocaat Hugo Lamon en de journalist Mark Grammens beter verwoord dan ik het zelf deed in mijn blogartikel, en ik besluit dus met twee citaten:

De Standaard, woensdag 23 september 2009
[...] Hugo Lamon vraagt zich af of de deontologische codes wel werken.

[...]
En hoe zit het met een journalist die met een verborgen camera een losse babbel voert en daar dan later een nieuwsitem van maakt? Voor advocaten en magistraten bestaan er tuchtprocedures. De benadeelde burger is geen partij in die tuchtzaak en verneemt daar ook maar weinig over. De veelal ongeschreven regels worden dus achter hoeken en k
anten door gelijken getoetst en de benadeelde wordt meestal niet eens gehoord. Vertrouwenwekkend is dat niet.
Journalisten hebben het anders aangepakt. De Raad voor de Journalistiek heeft een aantal (geschreven) regels en werkt aan een hele codex, de klager wordt uitvoerig gehoord en de beslissing wordt openbaar gemaakt. Probleem is dat die raad geen sancties kan opleggen en het enkel om een ‘morele blaam’ gaat, wat bij de klager vaak even weinig genoegdoening geeft.
[…]
De journalist die undercover een reportage maakte bij een onthaalmoeder met extreemrechtse sympathieën, verdedigde zich in deze krant (DS 12 september), maar vond het niet nodig daarbij te verwijzen naar de deontologische regels inzake undercoverjournalistiek. Niet nodig of niet aan gedacht? En waren de gebruikelijke journalistieke methoden van informatiegaring niet toereikend om het verhoopte resultaat te bereiken? En wat moet de burger denken van een journalist die zich ook daarna anoniem wegsteekt?
[...]

Hugo Lamon, advocaat, lid van de Hoge Raad voor de Justitie, lector journalistieke deontologie.

________________

Journaal, 24 september

Dag mevrouw uit Hoboken
Hou toch op met Hitler

Mark Grammens

I do not come to praise Caesar, but to bury him (Shakespeare, J.Caesar)

Hij mag dan 64 jaar dood zijn, als de naam Adolf Hitler valt, maakt het rationele denken plaats voor emotie, onredelijkheid en zelfs onrecht.
Dit laatste overkwam een onthaalmoeder in Hoboken (Antwerpen). Door een cynische sloeber van de VRT werd ze in de val gelokt. Onder valse voorwendsels slaagde hij erin bij haar binnen te dringen en met verborgen camera haar woning te bespieden en met verborgen microfoon haar een paar bekentenissen te ontlokken. Bleek dat deze brave mevrouw op wie professioneel niets aan te merken viel, samen met haar man een late bewonderaarster was van Hitler. Zijn portret hing in de huiskamer en volgens Gazet van Antwerpen (8.9.09) vond ze Hitler “een heel intelligente mens”, die het in veel opzichten goed voorhad.
Er brak een kabaal van jewelste uit, leidend tot zelfs een “krisisberaad” op het kabinet van de Vlaamse “minister van Zorg”, Jo Vandeurzen. Op initiatief dus van Vandeurzen werd de licentie van de vrouw uit Hoboken om kinderen op te vangen ingetrokken.
Juridisch heeft deze beslissing geen poot om op te staan, maar plak op iets of iemand het etiket “extreem-rechts”, of erger nog: Hitler, en alle beginselen van de rechtsstaat worden terzijde geschoven. [...]

.
.

Een moslimman wel, maar een moslimvrouw kan nooit of jamais met een ongelovige trouwen. Maakt niet uit of haar kerel christelijk, boeddhistisch of azteeks is, laat staan gewoon atheïst: hij is geen volgeling van de profeet en daarmee is de kous af.
Eenvoudige regel, en onze eigen Wetgever zou aan deze eenvoud een voorbeeld kunnen nemen. Goede wetten zijn kort en weinig talrijk, en behoeven nauwelijks uitvoeringsbesluiten.
Natuurlijk gaat de mohammedaanse regel tegen elk beschaafd rechtsgevoel in, maar dat is een andere kwestie.

Daarom dat het mij zo verwonderde dat de Standaardjournalist Shaju Hendrikx –in een obligaat ramadanartikeltje, zoals je het in elke Vlaamse krant tegenwoordig moet hebben– kon schrijven over het Gentse gezin Lesage-Kaçar, en ons daarbij vertellen dat de man des huizes géén moslim was, maar zijn vrouw wél.

“Dries mag dan geen moslim zijn, hij heeft wel respect voor het geloof van zijn vrouw.”

Ik vroeg Hendrikx per mail of hij wel zeker was van zijn mededeling, want zo’n vreemde gezinstoestand achtte ik op algemene gronden niet goed mogelijk. Mijn eerste gedachte was dat de reporter hier zijn wensen, misschien voortkomend uit een mooie multiculturele maatschappijvisie, voor werkelijkheid had genomen en ze begrijpelijkerwijs aan de lezer ook als werkelijk waargenomen wilde presenteren?
Shaju antwoordde mij het volgende:

[…] Ik heb het bij de betrokkenen nog eens nagevraagd en er is mij bevestigd dat ik geen fouten heb geschreven.
Met vriendelijke groeten
Shaju Hendrikx

Goed, maar als blogger heb ik andere journalistieke opvattingen dan een reguliere journalist, en dan mag bij De Standaard het volstaan om aan dezelfde persoon nogmaals dezelfde vraag te stellen …voor een deugdelijke journalistieke double-check is meer nodig.

Blijkt nu, uit een mail die ik aan Hendrikx (en carbon copy ook aan Vandermeersch) partieel heb laten ziendat noch de man des huizes, noch zijn vrouw, die vraag naar dat moslimzijn ooit hebben gekregen. Niet tijdens het oorspronkelijke interview, niet achteraf.
Komt nog bij dat Lesage nooit de bedoeling had, vernam ik, om zijn bekering tot Allah en de Profeet te loochenen, alleen: de vraag is hem nooit gesteld.

Dit betekent ten eerste, dat Hendrikx de mededeling in zijn artikel gewoon heeft VERZONNEN, en ten tweede dat hij koeltjes –zij het wellicht met toegeknepen billen– heeft GELOGEN bij zijn antwoord op de vraag in mijn mail. En subsidiair betekent het ook dat de Marketeer de kat uit de boom kijkt, natuurlijk zonder enige last van zijn journalistieke billen.

Ach, geloofwaardigheid! Journalistiek hier in Vlaanderen is knechtschap, dat weet het publiek. Maar dat die journalisten bij het verrichten van hun livreiwerkjes zodanig dom te werk gaan dat, gewoon met een laptopje voor je, je hen kunt zien voor wat ze zijn: dat is voor mij altijd weer een verrassing.

Maar een solidair gild vormen ze wel! Zo kwam op Facebook, naar aanleiding van mijn vorige blog, al na enkele minuten de reactie: “eikes! zoveel kromme redeneringen in één stukje!”

Die reactie kwam van zekere Stijn Aelbers, en dat is een eindredacteur van De Ochtend op Radio1 godbetert! Nu wist deze jongen van de eigenlijke kwestie niets af –heeft zo te zien ook niet al te veel lectuur over de islam achter zijn kiezen– maar dat belette Stijn niet om onmiddellijk in de houding te springen.
Hij vertelde honderduit, en kende véél van die gezinnen, “…absoluut 100 % vrijzinnige mannen die getrouwd zijn met een gelovige moslima. Mag dat van Allah? Nee. Gebeurt dat? Jazeker.”

Stijn is een jonge kerel, en zijn taalgebruik is soms nog wat onomatopeïsch, maar ongetwijfeld meent hij het goed –en dat hij in dit specifieke geval niet goed zag waar het stukje over ging, namelijk over een journalistieke kwestie, doet er niet eens toe– de echte vraag is: waarom springt zo’n jochie ongevraagd recht?

Omdat hem is geleerd dat in de multiculturele wereld Sein und Sollen mooi samenvallen?
Welja, Stijn&Shaju, zo ken ik er ook wel: “moslima’s”, gehuwd of samenlevend met een ongelovige hond – maar jullie mogen dat niet verwarren met een opgaan van de islam in de Europese Beschaving.
Die vrouwen zien zich namelijk gedwongen om met hun eigen familie to-taal te breken, en om andere moslims zoveel als mogelijk uit de weg te blijven.
Dat is pijnlijk voor hen, gevaarlijk soms, en de rest van hun dagen zullen zij in onrust leven. Maar inderdaad, er zijn moedige uitzonderingen die kiezen voor een nieuw monoculturalisme, en zelfs voor een soort clandestiniteit.
Hen zou je asielzoeksters kunnen noemen.

.
.

Nu de premier weer terug is in het land, en niet te ver van zijn deur veilig in Zaventem is neergestreken, mogen wij de vakantie als afgesloten beschouwen.
Bij wijze van herhalingsoefening zullen wij vandaag beginnen met een paar zinnetjes van Marc Reynebeau, en daarna onmiddellijk het ernstige werk aanpakken.
Reynebeau had vandaag een klein opstelletje in De Standaard en, hoe vergeeflijk ook, zijn stukje was niet geheel van fouten vrij. Na de grote vakantie komt zoiets vaker voor.
We zien onze Marc schrijven: “Maar de meeste van die pendelaars kennen Brussel zoals Yves Leterme hem kent.” In dit korte zinnetje staan twee fouten, die elk voor zich nu mag verbeteren, maar let u op zijn derde, en op zijn voorlaatste woord.
Inhoudelijk viel zijn stukje nog goed mee, zeker voor een eerste opstel. Wel begon Marc onbewust met een oude FDF-slogan over Vlamingen die naar hun dorp terug moeten. Maar aangezien Marc .–zoals iedereen weet– Geschiedenis heeft gestudeerd, zal die slogan (die pas van de jaren zestig dateert) hem onbekend zijn omdat die periode nog te vers is.
Enigmatisch was echter een andere zin van hem: “Vooral om historische redenen is een stedelijke mentaliteit vele Vlamingen nu eenmaal vreemd.”
Marc, wat je wel had mogen onthouden uit jouw studies, is dat de meeste geschiedkundigen (bv de befaamde Norman Davies in zijn “Europe, a History” van 1996) …het fenomeen van de verstedelijking juist typisch Noord-Italiaans én Vlaams noemen. Misschien ligt die geschiedenis voor jou weer te veraf.

Nu dus ernstiger werk.
Gisteren of eergisteren begon de ramadan, en omdat ze bij De Standaard beseffen dat de meeste Vlamingen dat woord nog nooit gehoord hebben, stuurden zij hun reporter Shaju Hendrikx op speurtocht naar een gezin waar deze gewoonte in ere wordt gehouden.
Hij kwam terecht bij de familie Lesage-Kaçar in Gent. Geen doorsneegezinnetje, want vader is prof politicologie aan de univ, een soort wetenschapper kun je zeggen, en moeder is gemeenteraadslid.
Het werd een mooi artikel, meer een culinair verslag eigenlijk, maar zonder taalfouten (Hendrikx is geen vaste redacteur). Het bevatte wel één zin die fel mijn aandacht trok: “Dries mag dan geen moslim zijn, hij heeft wel respect voor het geloof van zijn vrouw.”
Professor Lesage, bevestigt ons de reporter, is dus zelf geen moslim, maar wel degelijk getrouwd met een moslimse!
Zoiets kan natuurlijk niet. Een moslim kan wel een ongelovige vrouw nemen, en de profeet zelf gaf hier het voorbeeld wil het verhaaltje, maar dat een mohammedaanse een ongelovige man zou kunnen huwen is uitgesloten. Dan moet zij zelfs worden omgebracht door haar mannelijke familieleden lees je in buitenlandse kwaliteits-kranten, die wel eens verslag uitbrengen over zulke feiten.

Maar we mogen niets uitsluiten. Wellicht hebben wij te maken met een volslagen nieuw fenomeen, een totale omslag in de islam eigenlijk …en heeft deze ideologie hier –in de verstedelijkte Vlaamse omgeving– na eeuwen van achterlijkheid en brutaliteit, tenslotte een mate van rationaliteit geïncorporeerd? of zelfs een bepaalde verdraagzaam-heid?

Of heeft onze reporter dat zinnetje gewoon verzonnen? De gedachte is ondraaglijk, maar de wens is de vader van de gedachte, en Hendrikx kan tenslotte de bedoeling hebben gehad om aan zijn simpele lezers te laten geloven, wat hijzelf zo graag zou willen? Zoiets heet duiding tenslotte. Het leven, zoals het leven zou moeten zijn.
Hij had natuurlijk aan de professor zélf kunnen vragen hoe de vork in de steel zat, en of hij dat zo mocht opschrijven, van die ongelovige die met een moslimse getrouwd was …maar of Shaju dat ook heeft gedaan, weten wij lezers niet.
Moeten wij dan maar veronderstellen dat onze Standaardman Shaju Hendrikx bewust gelogen heeft?

Ik stelde hem deze vragen per mail, en ook aan de bekroonde Marketeer van De Standaard vroeg ik wàt er nu van aan was, maar helaas verkozen zij solidair hun mond te houden.

Dat is spijtig, want journalisten genieten al zo weinig vertrouwen bij het publiek.
Bij gebrek aan beter dus, mag ik stellen dat Hendrikx, en daarna Vandermeersch, bewust gelogen hebben, en het vertrouwen van hun lezers niet waard zijn.

.

.

Alles en iedereen leest. De huurkoetsier op zijn bok haalt een boek uit zijn tas van zodra zijn klant is uitgestapt; de fruitverkoopster laat zich de Constitutionnel voorlezen door haar buurvrouw, en de portier leest alle bladen die voor de vreemde gasten in het hotel worden afgegeven. De echte abonnee mag elke ochtend weer bellen dat zijn armen lam worden, de portier brengt hem zijn blad niet eerder dan dat hij het zelf gelezen heeft.

Voor een genreschilder is er geen rijker aanblik voorhanden dan de tuin van het Palais Royal in de voormiddag. Duizend mensen houden daar een krant in de hand en vertonen daarbij de meest ver-scheidene posities en bewegingen. De een zit, de andere staat, een derde stapt, nu eens langzaam, dan weer met versnelde pas. Plots trekt een bericht sterker zijn aandacht, hij vergeet zijn tweede voet neer te zetten, en voor de tijd van enkele seconden staat hij als een pilaarheilige op één been. Sommigen staan tegen een boom geleund, anderen tegen de balustrades die de bloemperken afzomen, nog anderen tegen de pijlers van de arcaden. De slagersknecht wist zijn bebloede handen schoon, om geen rode vlekken op de krant te laten, en de pasteiventer laat bij zijn lectuur de koeken koud worden.
Als op een dag Parijs op dezelfde manier ten onder zou gaan als Herculanum en Pompeii zijn ondergegaan, en men groef het Palais Royal en de mensen daar weer op, en men vond ze in dezelfde houding waarin zij door de dood waren verrast – de papieren in hun handen waren tot stof vergaan – dan zouden archeologen zich de kop breken over wat al die mensen daar precies aan het uitrichten waren toen de lava hen overdekte. Een markt was er niet, een theater evenmin, dat blijkt uit de plek. Geen bijzonder schouwspel had hun aandacht getrokken, want de koppen stonden in verschillende richtingen, en de blikken waren naar de aarde gebogen.
Wat waren die toch aan het doen?. zullen zij vragen, en geen van hen zal het antwoord geven:. zij waren de krant aan het lezen.


Ludwig Börne

Schilderungen aus Paris (1822 und 1823)
X. Die Lesekabinette

Gesammelte Schriften
Vollständige Ausgabe in sechs Bänden
nebst Anhang in zwei Bänden
Leipzig, Max Hesse Verlag, um 1900-1905

Zweiter Band, SS. 40-41

.

Volgende Pagina »